TEAMontwikkeling.net

De kennissite voor ontwikkeling van teams in organisaties

 
  HomeTeamrollen van Belbin Big Five (persoonlijkheidsdimensies)
Theorieën
Ontwikkelingstadia
(Bruce Tuckman)
Teams en leiderschap
(Suzan Wheelan)
Teamrollen
(Meredith Belbin)
Teamontwikkeling
(Jaco Van der Schoor)
De praktijk
Voor teamleiders
Teamcompetenties
Teambuilding
Literatuur
De Boekenkast
Artikelen
TEAMontwikkeling.net
Info over deze website
Partners
Sponsoring

Tagcloud
Belbin Teamontwikkeling Tuckman Teamrollen Fase van teamontwikkeling Boeken Leiderschap Onderzoek Online vragenlijst Groepsontwikkeling Mensen in Bedrijf Groepsontwikkeling theorie Team ontwikkeling Definitie teamontwikkeling Groepsontwikkelingstheorie Senge lerende organisatie Ideale teamgrootte

Big Five persoonlijkheidsdimensies

De theorie van de Big Five gaat ervan uit dat alle menselijke karaktereigenschappen terug te voeren zijn op een vijftal basisfactoren (sommigen zeggen liever: domeinen), die the Big Five worden genoemd. Dit “vijf factoren model van de persoonlijkheid” is niet gebaseerd op één enkele theorie of ontwikkeld door één individuele onderzoeker, maar het resultaat van de gezamenlijke bevindingen van diverse factoranalisten uit de laatste 40 jaar.

Een ‘lexicale’ benadering

De inspiratie voor deze theorie komt uit de lexicologie, de leer die gaat over hoe onze woordenschat wordt geordend. De toepassing van deze manier van denken in de persoonlijkheidsleer, heet dan ook de ‘lexicale benadering’. Het achterliggende idee daarbij is dat elk kenmerk van het menselijke gedrag in de loop der eeuwen wel eens ‘verwoord’ is geworden, zodat communicatie erover mogelijk werd. Natuurlijk correspondeert niet elke gedragskenmerk met één woord. Soms is een kleine beschrijving nodig, zoals “in zichzelf gekeerd” of “rijk aan verbeelding’’; soms zijn woorden heel precies en maar voor één uitleg vatbaar en soms is hun betekenis sterk afhankelijk van de context of het non-verbale gedrag dat ermee gepaard gaat. In elk geval gaat men ervan uit dat het hele scala aan menselijke gedragskenmerken in onze woordenschat is opgeslagen. Een gedragsvorm die zich (nog) nooit heeft vertoond, is nooit verwoord geworden en een gedragsvorm die (nog) nooit verwoord is, heeft zich nooit vertoond.

Een van de eersten die zo te werk ging was Raymond Cattell, een in Amerika wonende Britse chemicus en psycholoog, die in de jaren 50 uitging van 4500 woorden uit de Websters Dictionary, die hij na een eerste bewerking door onderlinge vergelijking terugbracht tot 171. Via vragenlijsten en het toepassen van statistische technieken zoals de factoranalyse comprimeerde hij deze tot een 16tal ‘primaire dimensies’- die hij uitwerkte tot zijn klassiek geworden 16PF persoonlijkheidsvragenlijst. Een nog verdergaande factorisatie bracht hem uiteindelijk op vijf persoonlijkheidsdimensies, dezelfde vijf die inmiddels ook al via andere allerlei studies naar voren waren gekomen.

Vervolgonderzoek in andere Westerse talen, waaronder het Nederlands, bevestigden keer op keer dat dit vijf-factoren-model zo goed als compleet kan worden beschouwd als het gaat om het beschrijven van de persoonlijkheid. Ook zijn de dimensies onderling voldoende onafhankelijk, dat wil zeggen dat iemands positie op één van deze vijf, ook al is die nog zo extreem hoog of laag, geen informatie geeft op diens positie op de vier andere.

Uit verschillende onderzoekingen is trouwens gebleken dat als mensen het karakter van hun huisdieren of paarden beschrijven, er uit een statistische samenvattende analyse dezelfde vijf factoren komen. Ook bij de beoordelingen van kinderen door hun ouders of leraren zijn deze vijf factoren door computers duidelijk als onderliggende dimensies tevoorschijn te halen. Maar dan wel pas in de loop van de schoolleeftijd, niet bij beschrijvingen van heel jonge kinderen.

Er zijn onderzoeken in Westerse landen, zoals het Italiaans, waarin de vijf factoren niet goed naar voren komen. Ook in niet-westerse talen kan het best zijn dat mensen in andere hoofdcategorieën over persoonlijkheidstrekken denken. Dat wordt nog onderzocht.

De vijf dimensies van de persoonlijkheid

De vijf factoren zijn van een abstract en breed betekenisniveau en verschillende auteurs hebben ze verschillende namen gegeven, waardoor de onderlinge overeenstemming tussen de theorieën en de daarbij horende vragenlijsten soms niet altijd even duidelijk is. Bovendien klinken in veel van de gebruikte benamingen soms sterke sociale of morele wenselijkheden door die een goed begrip – en acceptatie – van de verschillen behoorlijk kan bemoeilijken. Hier zullen ze worden aangeduid in termen van een begrippenpaar, dat wil zeggen als een dimensie waarvan de uitersten aan weerskanten evenwaardig op een betekenisvolle manier tegenover elkaar staan.

Introversie tegenover Extraversie

Een klassiek begrippenpaar dat midden vorige eeuw door de Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung – een leerling van Sigmund Freud - is ontwikkeld, die er een naar binnen dan wel naar buiten gerichte energie, aandacht en oriëntatie mee aanduidde. Extraverte mensen zijn opgewekt, emotioneel betrokken bij anderen en zoeken graag het gezelschap. Doorgaans zijn ze levendig, spraakzaam en spontaan en werken ze graag in een teamverband. Introverte mensen zijn afstandelijk en gereserveerd en gaan graag hun eigen weg. Zij hebben de neiging om drukte en gezelligheid te mijden en kunnen goed alleen zijn. Inmiddels is ook wel duidelijk dat deze extraverte of introverte geneigdheid met biologische en genetische factoren samenhangt. Zo hebben extraverten mensen een lager ‘arousal niveau’ wat wil zeggen dat zij meer prikkels nodig hebben om zich prettig en productief te voelen; en zij zullen dus ook voortdurend naar deze prikkels op zoek gaan, terwijl introverte mensen zich veel beter thuis voelen in een relatief prikkelschaarse omgeving. In het Engels wordt deze dimensie Extraversion of Extroversion genoemd

Rust tegenover Onrust

Deze factor drukt uit wat mensen laten zien in emotionele of stressvolle situaties. Rustige mensen zijn emotioneel stabiel en moeilijk uit balans te brengen. Gewoonlijk hebben ze een gelijkmatig humeur, zijn ze kalm en ontspannen en benaderen ze stresssituaties op een rustige en rustgevende manier. Ze lijken, uiterlijk gezien, nauwelijks problemen te kennen en in extremis kan dit leiden tot een zorgeloze, trage en bedaarde instelling. Onrustige mensen zijn rusteloos, snel uitgedaagd en gefrustreerd, prikkelbaar van aard en kunnen heftig reageren op emotionele omstandigheden. In positieve zin kan dit leiden tot een gedreven en bewogen, gepassioneerde manier van leven, maar als de bezorgdheid en de angst om fouten te maken gaan domineren, kan een hoge score op Onrust ook leiden tot het gevoel niet opgewassen te zijn tegen de levensomstandigheden. In Amerikaanse en sommige Nederlandse beschrijving wordt deze dimensie wel als de N- of Neuroticisme-schaal aangeduid omdat hoog op onrust scorende personen een verhoogd risico hebben op bepaalde angststoornissen en depressies. In het Engels wordt deze dimensie Emotional Stability, of omgekeerd: Anxiety genoemd.

Behoudend tegenover Vernieuwend

Een factor waarvoor nog geen eenduidige term is gevonden en die onder verschillende namen bekend staat, zoals Openheid voor Ervaringen (de O-factor), Ontvankelijkheid en, zoals de Nederlandse onderzoekers Wim Hofstee en Boele de Raad verkiezen: Intellectuele Autonomie. Mensen die hoog scoren op Vernieuwend staan open voor veranderingen, zijn nieuwsgierig, avontuurlijk en rijk aan fantasie. Ze conformeren zich niet graag en hebben belangstelling voor dingen die ongewoon en ongerijmd zijn. Vaak denken ze ook wat abstracter en creatiever en zijn ze gevoelig voor subjectieve ervaringen en belevingen. Mensen die meer aan de Behoudende kant scoren zijn nuchter en praktisch. Zij zullen alles graag bij het oude en vertrouwde willen houden, kijken op een objectieve en logische manier naar problemen en zullen de zaken op en realistische, conventionele manier benaderen, uitgaande van een beproefd recept. Ze gaan graag op zeker en zijn sterk in het beheren en onderhouden van lopende zaken. Ook in het Engels zijn er verschillende benamingen voor deze dimensie, zoals Openness to Experience en Intelligence als het gaat om de vernieuwende kant tot, omgekeerd (zoals bij de 16PF-test), Tough Mindedness als het gaat om de behoudende kant.

Wanordelijk tegenover Ordelijk

Deze factor, die ook wel de Zelfcontrole-, de C- of Consciëntieusheid-factor wordt genoemd, geeft informatie over hoe iemand zichzelf en zijn omgeving onder controle heeft – en wil hebben. Mensen die hoog op Ordelijk scoren zijn gedisciplineerd en werken planmatig. Zij houden ervan om duidelijke regels op te stellen, afspraken te maken, en zich (en anderen) daaraan te houden. Zij gelden als betrouwbaar, zorgvuldig en georganiseerd en zullen je niet gauw voor verrassingen stellen. Extreme scoorders vinden het moeilijk met onverwachte gebeurtenissen om te gaan en kunnen dan star en moraliserend zijn. Mensen die hoog op Wanordelijk scoren zijn flexibel en minder geneigd zich aan externe regels te houden. Niet uit een gebrek aan normen of waarden, maar omdat ze graag improviseren en liever vertrouwen op hun eigen tegenwoordigheid van geest. Ze verdragen wanorde goed en maken zich meestal niet zo druk over details, wat wel als nonchalant en slordig kan overkomen. In het Engels heet deze factor Conscientiousness

Meegaand tegenover Dominant

Ook deze factor wordt op verschillende manieren omschreven, zoals Focus op de Ander tegenover Focus op Zichzelf, Afhankelijk tegenover Onafhankelijk en Vriendelijk (of zelfs: Altruïstisch, de A-factor) tegenover Vijandig of Wantrouwend. De factor laat zien hoe iemand geneigd is zijn omgeving te beïnvloeden, dan wel zich aan te passen aan de beïnvloeding door anderen. Dominante mensen komen goed voor zichzelf op en zijn competitief van aard. Zij némen ruimte. Zij houden ervan om de leiding te nemen, om greep te hebben op de situatie en om invloed uit te oefenen op de gebeurtenissen. Hun optreden is zelfverzekerd, dwingend en kan als overheersend of brutaal worden ervaren. Meegaande mensen zijn coöperatief, bescheiden en behulpzaam en geneigd tot samenwerken. Zij géven ruimte. Ze kunnen zich goed in een ander verplaatsen en zijn geneigd anderen te nemen zoals ze zijn. Hoogscoorders aan de Meegaande kant vergeten echter wel eens om hun eigen mening te uiten en goed voor zichzelf op te komen en zij zullen ook niet gauw het voortouw nemen om verandering in de situatie aan te brengen. In het Engels heet deze factor Independance (aan de dominante kant) en Agreeableness (aan de meegaande kant)

Ezelsbruggetje voor de Big Five

Engelstalige studenten leren de vijf dimensies onthouden (in een andere volgorde) met hulp van het acroniem OCEAN: Openness, Conscientiousness, Extraversion, Agreeableness en Neuroticism

Bronvermelding

Deze uiteenzetting is een bijdage van Rob Groen. Rob bracht het Teamrol model in 1981 naar Nederland. Sinds dien is hij gespecialiseerd in het toepassen van het teamrolmodel van Belbin – met wie hij in de loop der jaren een speciale band heeft opgebouwd.

Contact: 020 - 6598012 | cmb(@)wxs.nl | cmb-teamrol.nl

 

 

Bookmark and Share Deel deze pagina met anderen
Wij ontvangen graag uw mening over deze pagina

Email adres (waarom)

Boekreviews

Bekijk alle boeken

Tools voor Teams
Dé toolbox voor succesvolle samenwerking
   
Teams van de Toekomst
Leidinggeven aan het nieuwe samenwerken
   
NEW: Leve het Verschil!
Psychologische diversiteit benutten met de teamrollen van Belbin
   
Hoera, een conflict!
Waarom teams conflicten nodig hebben
   
Pimp je Afdeling
Praktisch boek voor managers
   
Teamrollen op het werk
Meer toegepast boek van Belbin over de Teamrollen
   
Creating Effective Teams
Over leiderschap voor teamontwikkeling
   
Teamocratie
Het geheim van (waan)zinnige samenwerking